Feeds:
Posts
Comments

LE PARAPLUIE

par: Daniel Bélanger

Fragile petit matin sans pluie
Que mon parapluie garde en respect
Mais le ciel est au chagrin
Et s’il avait deux mains il chagrinerait
Je marche inquiétée de me noyer dans l’orage
Et je compte au passage les chauffards
Qui ont le doigt dans le nez

Arrive remplit l’autocar
J’y monte pour m’asseoir
Mais reste debout
C’est comme être cent milliards
Sur la lune pour un soir
À tire dans le cou
Je regarde les aiguilles de mon temps
J’ai une fille dans le sang
Si j’arrive en retard elle va m’engueuler

Et ça sent la poussière le vent soulève la terre
De chastes baisers
Parce que je suis libre comme l’air
Libre de faire demi-tour
Je vais continuer
Continuer

Zwitserland rooft EU leeg

Panama is peanuts.

In zijn boek(-je) ‘Belastingparadijzen’ (2013, vertaald in 2015) doet Gabriel Zucman Zucman een beklemmend boekje open over staatsinrichting en democratie.
Misschien een van de verbijsterendste inzichten presenteert hij op bladzijde 104 – 106 en 126. Daar zegt Zucman over EU-landje Luxemburg dat dit Klein Duimpje met 500.000 inwoners zijn wil kan opleggen aan 500 miljoen Europeanen, en dat terwijl Luxemburg de facto zelf niet eens meer een staat is, omdat de Luxemburgse politici de soevereiniteit van hun land hebben verkwanseld aan anonieme financiële grootmachten. In Luxemburg mogen multinationals zelf bepalen hoeveel belasting ze willen betalen en aan welke wettelijke verplichtingen ze zich willen onderwerpen.
Op de laatste bladzijde 126 zegt Zucman met een levensgroot understatement: ‘Ik denk niet dat een meerderheid van de inwoners van Luxemburg – van wie bij de laatste verkiezingen nog geen 50% heeft gestemd – het in orde vindt dat het groothertogdom is geannexeerd door de wereld van het offshoregeld.’
Zou het een idee zijn om dit per referendum aan de Luxemburgers voor te leggen?

De bevolking van Luxemburg is van alle gesjoemel door zijn establishment namelijk geen snars wijzer geworden. Alleen dat establishment spint garen bij de dubieuze praktijken van de Luxemburgse politici. Sinds 1970 is het Bruto Binnenlands Product (BBP) – de werkelijke maatstaf voor de economische prestaties van een land – met slechts 1,4% per jaar gegroeid. Hiermee bevindt Luxemburg zich bij de ontwikkelde landen in de staart van het peloton.

Moet Luxemburg uit de EU worden gekieperd? Luxemburg heeft vandaag de dag niets meer te maken met de EU, zegt Gabriel Zucman op bladzijde 101 van zijn boekje over belastingdiefstal. Luxemburg is sinds de jaren zeventig veranderd in een multinational, een financieel Wild West, dat zijn soevereiniteit heeft verkwanseld.
Wat is echter het verrassende? Uitgerekend de Luxemburger Jean Claude Juncker, die van 1995 tot 2013 premier van Luxemburg was, is sinds 1 november 2014 voorzitter van de Europese Commissie. Juncker heeft een termijn van vijf jaar. Dus vóór 2020 zal het Associatieverdrag met de Oekraïne rond moeten zijn en liefst ook het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP). Want, als het gaat over sjacheren met soevereiniteit is Jean Claude Juncker ongetwijfeld dé man die alles weet van de hoed en de rand!

Houd hierbij in gedachten dat de ECB wordt bestierd door een voormalige werknemer van Goldman Sachs, Mario Draghi, en het is onvermijdelijk dat je gedachten uitgaan naar een Europa dat totaal niet (meer) ‘van ons’ is, zonder dat daar vanwege het EU-establishment al te veel ruchtbaarheid aan gegeven wordt.
In Nederland bijvoorbeeld zullen we het pas echt en duidelijk gaan merken wanneer onze pensioenen gevoelig worden gekort. Of misschien onze pensioenpotten totaal zijn verdampt terwijl wij sliepen. Het grote demasqué – laten we hopen dat dat er nooit van komt – zal onvermijdelijk pas duidelijk worden als het te laat is. Tot zo lang moeten we blijven geloven in Het Project Project Europa zoals het politiek establishment ons dat aanprijst en verkoopt. Iedereen die daar kanttekeningen bij durft zetten, wordt automatisch tot anti-Europeaan verklaard.

Zucman maakt ook duidelijk waarom het geen wonder is dat Zwitserland buiten de eurozone mag blijven. Bijvoorbeeld op pagina 74: ‘Volgens de officiële statistieken blijven de Europeanen het leeuwendeel van hun vermogens verbergen in Zwitserland. Naar alle waarschijnlijkheid heeft de belastingvlucht zich alleen maar uitgebreid, sinds onze bestuurders “het einde van de belastingparadijzen” afkondigden.’
‘Het bankgeheim is overal nog volledig of zo goed als volledig in tact. Alleen in slecht geïnformeerde nieuwsblaadjes is het bankgeheim dood (41-42).’

Wat misschien nog het meest verontrust, is dat het onder de radar houden van de gigantische vermogensstromen vervuilend (contaminerend) werkt op de statistieken waarop landen en instituties beleid baseren.
Bijvoorbeeld nationale rekeningen kunnen een incorrect beeld te zien geven en BNP’s stellen niet veel meer voor als indicator van respectieve productiviteiten. Hierdoor kunnen wereldwijd economische bewegingen ontstaan die op natuurfenomenen lijken, omdat niemand meer zicht heeft op de mogelijke oorzaken van de grote fluctuaties en bijsturen bijkans onmogelijk wordt.
Zucman (119): ‘Niet alleen kosten deze boekhoudkundige manipulaties allerlei landen veel geld, ook ontnemen ze hun betekenis aan de basale macro-economische statistieken, met dramatische gevolgen voor financiële regulering.’ Voor Ierland heeft dit bijvoorbeeld tot gevolg dat het nationaal inkomen en ongeveer 20% beneden het BBP ligt (210).

Zwitserland, Luxemburg en de Maagdeneilanden zijn volgens Zucman (45): ‘het duivelse trio dat zich in het hart van de Europese belastingontduiking heeft genesteld.’
Op pagina 44: ‘De economie die het meest door de belastingvlucht wordt getroffen, is waarschijnlijk die van het Afrikaanse continent, met 210 miljard euro in Zwitserland – een getal hoger dan dat van de Verenigde Staten, terwijl daar het bbp zevenmaal zo groot is. Voor de ontwikkelingslanden zijn de gevolgen van de fraude dus nog ernstiger dan voor de rijke landen.’

De relatie tussen Zwitserland en de Arabische Golfstaten mag een pikante heten. Zeker wanneer het thema van staatssoevereiniteit in verband met het Grote Geld aan de orde is.
Zucman vertelt op bladzijde 33-34 dat het voor de Arabische vorsten het niet van fiscaal belang is om een offshorerekening te hebben. De gigantische vermogens in betreffende landen zijn namelijk eigendom van families die de absolute macht uitoefenen, ‘inclusief de macht om belasting te heffen, waardoor die vermogens zowel van de staat als van privépersonen zijn. Dat de oliedollars eerder op weg gaan naar Zwitserland dan naar de VS heeft een andere, simpele reden: anders dan New York biedt Zürich het voordeeel van de anonimiteit.Ross_300
Dat is een troef van formaat, want de families die het rond de Golf voor het zeggen hebben, zijn beducht dat hun investeringen aan een te nauwkeurig onderzoek zullen worden onderworpen. Wat is er dubieuzer dan de snelle groei van hun rijkdom, dan de vlotheid waarmee ze overal ter wereld bedrijven, gronden en gebouwen opkopen?
De Zwitserse bankiers gaan hen helpen die formidabele macht uit te oefenen zonder dat ze al te veel in de schijnwerpers komen te staan.’

Hoe formidabel die macht van de Arabische koning is en hoe veel waarde de kampioen van het Vrije Westen (de USA) hecht aan zijn soevereiniteit zal binnenkort weer eens duidelijk worden. Vorige maand heeft de Saoedi Minister van Buitenlandse zaken, Adel al-Jubeir, persoonlijk aan president Obama en het Amerikaanse Congres meegedeeld dat mocht het Congres een wet passeren die mogelijk maakt dat ook leden van de Saoedi koninklijke familie (het hele land is van hen) medeaansprakelijk gesteld worden voor de aanslagen op 11 september 2001, dat Saoedi-Arabië zich in dat geval genoopt zal zien voor 750 biljoen (een biljoen is een 1 met 12 nullen, dus een miljoen miljoen) aan Amerikaans schatkistpapier (staatsobligaties) en andere waardetitels te verkopen. Zo meldt de New York Times op 15 april 2006.

Globalisering in positieve zin
Zucman suggereert een werkbare oplossing (108): een wereldwijd financieel kadaster. Dat is een registratiesysteem waarin staat wie de werkelijke bezitters zijn van de – nu veelal ‘statenloze’- waardepapieren die in omloop zijn: aandelen, obligaties en deelnames in beleggingsfondsen over de hele wereld. Zulke registratiesystemen bestaan al (110-12) en het is volstrekt geen utopie om een mondiaal financieel kadaster op te tuigen. (106)

Er wordt te pas gesproken over een ‘Verenigde Staten van Europa’ zonder dat er daadwerkelijk iets in die richting van de grond getild wordt dat effectief het Amerikaanse systeem benadert.
Zucman (121): ‘Is het wereldwijd belasten van bedrijfswinsten een utopie, zoals de OESO beweert om haar behoudende anpak te rechtvaardigen? Zeker niet. In de VS worden de bedrijfswinsten op landelijk niveau berekend en daarna volgens een lastig manipuleerbare sleutel uitgesplitst naar de verschillende staten, die vervolgens elk afzonderlijk vrij zijn een belastingtarief te bepalen.’
De Europese Commissie bepleit weliswaar iets dergelijks schrijft Zucman, maar …. ‘Het grootste probleem is dat in het huidige stadium de voorgestelde regeling faculatief (op vrijwillige basis) is.’  0_lu_map

* * *

‘Belastingparadijzen’ verscheen bij Boom in mei 2015 (ISBN: 9789089535030 / 150 bladzijden / 18 euro)

de digitale bijlage bij Zucman’s boek is online te lezen en desgewenst neer te laden via https://www.boomfilosofie.nl/documenten/digitale_bijlage_belastingparadijzen.pdf

uitgebreid in het Frans, inclusief de recensies van ‘Verborgen rijkdommen’, op – http://gabriel-zucman.eu/richesse-cachee/

Interview Jonathan Witteman met Gabriel Zucman (mei 2015) in pdf te lezen via interview – René Leverink Tekst

http://www.leverinktekst.nl/wp-content/uploads/2015/…/Zwitsers-bestelen-ons.pd…

Ewald Engelen op de site van Follow the Moneyhttps://www.ftm.nl/artikelen/panama-papers

“Na #offshoreleaks, #luxleaks en #swissleaks zijn er nu de #panamapapers. Ze bieden ons, brave burgers, een onthutsend kijkje in de verderfelijke belastingmoraal van de rijken, geprivilegieerden en groten.
Driewerf lof. Want het zijn dit soort onthullingen die aantonen dat de groeiende populistische afkeer van de elite volkomen terecht is.”

Marc Roche http://www.voxeurop.eu/nl/content/article/1177321-little-help-goldman-sachs

Marc Roche http://www.voxeurop.eu/nl/content/author/202341-marc-roche

Jesse Frederik: ‘Het TTIP-verdrag is onze soevereiniteit niet waard’ / De Correspondent / 30 oktober 2014

“Werkgelegenheid, economische groei, concurrentievermogen – het vrijhandelsverdrag tussen Amerika en Europa zou het allemaal opleveren. Maar als je de prognoses nader bestudeert, is het allemaal een stuk minder rooskleurig dan het wordt gebracht. Waarom soevereiniteit opofferen voor een paar puntjes bbp?”

 

* * *

Het digitale panopticum

Griekse journalist Iason Athanasiadis suggereert op de site van Al Jazeera, in het verlengde van Zucman’s mondiale financiële kadaster, een digitaal panopticum. Vooral de disciplineringsfunctie is in dit kader volgens mij [jm] relevant. panopticum Haarlem_txt

‘Privilege and the Panama Papers

In an era of mass inequality, can a digital panopticon banish privilege? Al Jazeera / 05 Apr 2016 10:13 GMT |

‘The Internet has enabled the setting-up of truly global management platforms allowing a few to remotely profit from the labour of the many, while levelling the playing field for the working and middle classes between the West and the rest.

Free market legislation and global logistical networks have prised open economies, collapsed distances, extracted value from vulnerable locales, and redirected it to geopolitically powerful centres, all at unmatched speeds. The new global elite whose misdemeanours the Panama Papers document are the creation of this quickest of wealth transfers.

The more privilege the one class acquired, the more it locked the other side into a churning circle of exploitation. As inequality increased, most democracies started presenting a new feature in their elections: the candidate representing privilege.

A former United Nations official wrote a much-shared op-ed last month revealing rampant archaic privileges and epic incompetence in the world’s largest international organisation. He described the UN as “a black hole into which disappear countless tax dollars and human aspirations, never to be seen again”.

Being able to assess, reward and penalise the wasteful or modest among us is important in a post-nation-state age in which the value attached to people and the ease with which they travel ought finally to be delinked from the country in which they happened to be born. The system, which would be global, would surpass any existing electronic tax system by assessing participants not just on their income or free market-dictated expenditures, but on their environmental impact too.

If handled well, this could tip the balance of technology away from regulating populations and towards empowering them. Opposition is likely from countries unwilling to forsake power over their citizens. But the Panama Papers are the clearest warning bell that the system is broken and that a mechanism for monitoring privilege is essential at this stage of global integration.

The alternative is further secrecy benefiting the wealthy and corrupt, more environmental degradation, and more of the surveillance panopticon we currently already inhabit. If only Lifestyles had included the carbon score of each of their protagonists at the end of each episode!’

 

AvD Mulitax

 

oorspronkelijk gepost op NELPUNTNL.Nl  door  Jerry Mager / 19 april 2016

 

Zie ook: https://dinadun77.wordpress.com/2015/09/19/de-volgende-financiele-fraude-is-volop-in-de-maak-oftewel-2008-is-to-be-revisited-soon/

 

Hypotheekfonds geeft banken lucht
Jelle Brandsma – in TROUW 29/08/13, 09:00

Jeroen Dijsselbloem had het over een ‘stimuleringspakket’. Zijn collega Lodewijk Asscher sprak over ‘investeringsmaatregelen’. De ministers wilden de afgelopen weken al duidelijk maken dat het kabinet niet alleen 6 miljard euro bezuinigt en de lasten van burgers en bedrijven verhoogt, maar ook extra geld in de economie pompt. Dit om de bouwsector op te peppen, de woningmarkt lucht te geven en de kredietverlening van banken op gang te helpen.

  • Als pensioenfondsen een procent extra in Nederland gaan beleggen is dat 10 miljard euro aan extra investeringen.
    Dat blaast die 6 miljard aan bezuinigingen van tafel.

Diederik Samsom

Om dit te realiseren zonder dat dat de overheid geld kost, sprak het kabinet de afgelopen maanden met de pensioenfondsen. Minister Dijsselbloem van financiën zei daar vorige week nog over: “Die miljarden zijn er niet. De bulk van het geld zal niet van het kabinet komen.”

Met de Nederlandse pensioenfondsen heeft het kabinet nu afgesproken dat zij een hypotheekfonds gaan financieren, bleek gisteren. Het idee is dat banken een deel van hun hypotheken verkopen aan dat fonds. Het zou gaan om enkele tientallen miljarden aan leningen die banken hebben verstrekt aan woningeigenaren. De pensioenfondsen zijn bereid om de hypotheken over te nemen omdat het ministerie van financiën garant staat voor de rente en aflossing van deze kredieten. Het is dus voor pensioenfondsen een veilige belegging.
( ……………. ) ( ……………… )

REACTIES

jerry mager (29/08/13)

22 augustus werd het rapport Veel grijze schaduwen” [mijn vertaling; jm] gelanceerd en nu lezen we: als pensioenfondsen een procent extra in Nederland gaan beleggen , blaast dat die 6 miljard aan bezuinigingen van tafel. Zo kan het grijze gevaar toch iets terugdoen aan de maatschappij. Het staat er allemaal politiek correct, er is geen sprake van chantage van pensionado’s, met hun pensioenen kunnen zij ons land redden. Nu kijken wat de vervolg-moves van de creatieve politici c.s. zijn.

jerry mager (29/08/13)

Fraaie en zeer toepasselijke kop!: “Hypotheekfonds geeft banken lucht” Complimenten voor de subtiliteit! Het pakt toch precies waar het om gaat: windhandel en gebakken lucht. De uitingen van ‘onze’ politieke democratisch gemandateerde belangenbehartigers passen daar perfect bij. Toeval dat het om vier PvdA’ers gaat? Die jongens práten ons simpel uit de put. Zouden VVD’ers ècht zoveel slimmer zijn?

door Jerry Mager
(maandag 1 juli 2013 – maandag 8 juli 2013 )

Which evil you tolerate depends on which good you pursue
Richard Sennett (1998:55) in The corrosion of character

An organized deception provides a clear relation to frame for the organizer but not for those who are contained. ( ) When the individual is contained by others or by himself, his consequent misalignment to the facts is likely to last longer than in the case of simple misframings, sometimes a lifetime.
Erving Goffman (1976:338) in Frame Analysis

Control over access is decisive, and, when consolidated, will carry control over preferential treatment in distribution with it: that is, will shift ownership unambiguously to the new controlling, a new dominant, class. Here we see … the mechanism of the managerial revolution.
James Burnham (1944:90) in The Managerial Revolution

It is natural but wrong to assume that the results of corruption are always bad and important
Colin Leys (2002:65) in What is the problem about corruption?

 

De universitaire ladenlichter Diederik Stapel is een eigentijdse postmoderne held. Hij is beroemd en krijgt alle gelegenheid daar klinkende munt uit te slaan. Tegenwoordig loont fraude in de wetenschappelijke biotoop ook, vooral wanneer het op lepe wijze wordt ge-framed, ge-market en ge-merchandised. Dat Stapel een oplichter is, betekent juist meerwaarde, hij heeft het tot zijn handelsmerk verheven en verdient er grof geld mee. Geld is het enige dat telt in de moderne wereld van de woordkramers, wonderdokters, taalverkrachters en andere beunhazen.
Stapel is een BN’er geworden die zijn naamsbekendheid grondig uitbaat en in klinkende munt omzet. Zijn ontmaskering als fraudeur maakt wezenlijk onderdeel uit van zijn act. Het is een keurmerk: authentieke boef, gewaarmerkte booswicht. Stapel heeft het academische systeem gretig getild. Hij heeft de smaak van het knollen voor citroenen verkopen stevig te pakken. Hij gaat er gewiekst mee door, in een iets andere vorm, met een ander format, professioneel en op grotere schaal.
Vermoedelijk zijn er vele kruimelfraudeurs actief in de academische wereld. De sfeer en organisatiecultuur zijn er naar. Stapel echter fraudeerde op dermate grove schaal dat het karikaturale proporties kreeg en zich leent tot profijtelijk exhibitionisme. Daarmee scoort de man nu op de Bühne van het vluchtige vertier moeiteloos een dikbelegde boterham. Immers: wie duizend euro steelt, is een deerniswekkende dief, een druiloor die de bak indraait, maar wie triljoenen laat verdampen en daarbij miljarden achteroverdrukt, die wordt op kosten van de gemeenschap in de watten gelegd en onder de bonussen bedolven. Wij betalen collectief gedwee de rekening van deze ziekelijke zotternij, in de vorm van pensioenkortingen en prijsverhogingen.

Wij leven in een tijdperk van naargeestig naakt narcisme. Stapel voelt de tijdgeest feilloos aan, speelt daar handig op in en wordt spectaculair spekkoper. Iedere sneue snob wil de slimme snoodaard in levende lijve zien, hem aanraken en wie weet, misschien nog iets van hem opsteken ook. Een hug van de hufter. Soort zoekt soort. Diederik Stapel is een king size Big-Mac-fraudeur van het universitaire junk food circuit: gewetenloos, geslepen, glad en glimlachend. Sujetten als Stapel werken als een magneet op infame impresario’s. Aasgieren en lijkenpikkers die van harte meeprofiteren van de maatschappelijke misère en morele averij. Ook Stapel heeft zich intussen verzekerd van de diensten van zo’n treurig type. Dat type helpt Diederik-de-deugniet met de framing en het zich presenteren als een moderne Tijl Uilenspiegel die het systeem vrolijk verneukt en daar grif garen bij spint. Stapel stroopt het circuit af en loopt gierend binnen.

Welke eigentijdse, commercieel-denkende, marktgerichte, universiteits-CEO zou Diederik-de-druiloor niet dolgraag inhuren?! Ze staan likkebaardend in de coulissen, te dringen met hun lucratieve contracten. Ze durven er alleen nog niet mee voor de draad te komen, want timing is in deze tak van sport cruciaal. Voor menige onderwijs-impresario, annex universiteit-uitbater, moet Stapel een aantrekkelijke money earner zijn, een begeerlijke asset, want een klantentrekker. Het moet raar lopen wanneer Stapel binnen afzienbare tijd niet opnieuw vol aan de academische bak is. Bijvoorbeeld als excellente ervaringsdeskundoloog in innovatief en winstgevend wetenschappelijk frauderen. Nog even en de eerste ondernemende innovererende universiteit prijst in haar glossy folder openlijk een Masteropleiding Vloeiend, fraai en ferm frauderen aan. Hoofdmanager curriculum: professor dr. Diederik Stapel, eredoctor en veelverdienend feestvarken honoris causa.

Waarom zouden blunderende bankiers en falende toezichthouders wel een gouden toekomst hebben, net als het graaiende gajes van allerlei ondoorzichtige pseudo-geprivatiseerde publieke instellingen die publieke diensten leveren, maar hoogopgeleide frauderende wetenschappers niet? De toezichthouders in Stapels academische wereldje zijn vergelijkbaar met de incompetente bankiers en tukkende toezichthouders van de financiële wereld, inclusief de louche luitjes van rating agencies. Het toptijdschrift Science voorop. Diederik Stapel is een belichaming van het neoliberale winner-takes-all principe. De verliezers zijn uiteindelijk wij, met ons allen. Net zoals wij de dupe zijn van stelende bankiers, graaiende woningcorporatie- en zorgmanagers en die vele andere gesjochte sjoemelaars en diefjesmaten die gretig gebruik maken van de gelegenheid die onze huidige maatschappelijke instituties en structuren bieden. Wij, met ons allen, binden deze filistijnse figuranten op het spek en het schijnt ons niet te deren dat ze zich ongans rauzen.

ramptoerisme en freak shows
Columniste Rosanne
Hertzberger (NRC 15 juni 2013) vertelt vol verbazing: “Ik was laatst op een boekpresentatie waar Diederik Stapel ook was. ( ) Hij was op zijn dooie gemakje komen binnenlopen met schrijver Anton Dautzenberg, en het stomme was: er gebeurde niets. Helemaal niets. ( ) Niemand schreeuwde tegen hem, niemand probeerde hem te laten struikelen, niemand gooide een glas bier in zijn gezicht, niets. ( ) Dat je de boel zo bij elkaar kan liegen en bedriegen, dat je je collega’s, promovendi, studenten en je vakgebied in zijn geheel zoveel schade kan toebrengen en dat je dan nog steeds ongehinderd kan rondwandelen in Nederland, en naar borreltjes kunt gaan en dat je boek dan gewoon een bestseller wordt. ( ) Je zou denken dat zo iemand alles zou kwijt raken. Maar dat is niet zo. Diederik Stapel is nog steeds iemand; een Bekende Nederlander, een persoonlijkheid, een interessant karakter. Mensen vinden het bijzonder om hem in het echt te zien. Je kunt er thuis over vertellen.”

Mevrouw Hertzberger beschrijft een vorm van dat bizarre fenomeen dat ramptoerisme heet, beter nog: een moderne modaliteit van de freakshow (zie noot *1). Het verbijstert haar dat een bewezen notoire oplichter zich doodgemoedereerd tussen het klootjesvolk kan bewegen, dat zich bewonderend lijkt te koesteren in ‘s-mans succes en daar zelfs grif aan bijdraagt. Stapel bedrijft een winstgevende vorm van streaking. De freak als feestvarken. De opgestoken duimen van de bedenker van het bedotcom bedrijf World On Line zullen menigeen nog helder voor de geest staan. De beelden staan op internet. Zo ziet succes er tegenwoordig uit. Het biedt geen apetijtelijke aanblik, maar veel onthutsender is het om te bedenken hoe makkelijk mensen zich laten bedotten en manipuleren wanneer ze op hun hebzucht worden aangesproken. De affaire Ice Save is daarvan een ander sprekend voorbeeld.

In Amerika dompelen de Stapels zich onder in de wereld van de talk shows en het lezingencircuit en zij strijken er giga-gages op. Daar gaan we in Nederland ook naartoe. De optredens van kwalijke kwakzalvers en gesjeesde cliniclowns in veelbekeken praatprogramma’s, onder de schamele smoes van infotainment, zijn daar een voorproefje van.

perfide performers, pervers publiek
Wij kunnen als samenleving echter niet alle schuld en schande alleen bij ontspoorde individuen als Stapel leggen. Dat zou hypocriet zijn. Onze maatschappij laat een voortdurende vraag zien naar verknipte fluimen en foute flapdrollen. Mensen willen zich aan hen vergapen, misschien zelfs van ze leren. Menigeen hoopt wellicht dat beroemdheid besmettelijk blijkt? Dondert niet waarmee, waarom of waardoor beroemd, als er maar beroemdheid mee is gemoeid.

Diederik Stapel is een soort super streaker. Net zoals het grote publiek gretig de ranzige roddelkrantjes blijft kopen en wekenlang wezenloos massaal naar een tv-programma als Big Brother en The Voice of … koekeloert, zo komt het in drommen opdraven op evenementen waar de freaks in levende lijve optreden en hun acts opvoeren. Het is hetzelfde principe in een net iets ander format, dat een ander segment van de amusementsmarkt bedient: het deftige deel van het klootjesvolk.

Anderzijds, als advocaat van de duivel redenerend: wanneer je dagelijks aan den lijve ondervindt dat je wordt geringeloord door ondermaatse kwibussen en comma-copulerende kwanten, die als manager over je zijn gesteld en de beschikkingsmacht over het geld hebben, dan kunnen er balorige gevoelens postvatten en gedijen. Want waarom zou je een brave en bonafide buffelende wetenschapper blijven wanneer je veel makkelijker als manager de baas over wetenschappers kunt spelen?

Margot Trappenburg (2007: 68-71) somt in ‘De ethiek van de publieke sector’ enkele kenmerken op die volgens haar de ‘nieuwe professional’ karakteriseren: de nieuwe professional investeert in uiterlijk vertoon, hij moet zijn marktaandeel beschermen en hij moet klanten binnenhalen. Kortom: zij of hij moet doorlopend scoren. Uiterlijk vertoon en motivering door externe prikkels lopen in het nieuwe managementdenken gelijk op.

de moderne universiteitsimpresario’s
Fenna Poletiek
begint haar artikel ‘Stapel en het systeem’ (in De Groene Amsterdammer/De Gids, 3 juni 2013) met de constatering: “Vóór zijn ontmaskering was Diederik Stapel een gevierd en uitermate succesvol wetenschapper. Kennelijk beschikte hij over kwaliteiten die in de huidige universitaire omgeving worden gewaardeerd en beloond. Dat geeft te denken.”

Stapel is ook ná zijn ontmaskering uitermate succesvol en gevierd en dat is griezelig om te zien, maar wat vooral te denken geeft, is dat de universiteitsimpresario die hem in 2006 in Tiburg binnenhaalde en contracteerde op wat ongetwijfeld als marktconforme voorwaarden en beloning omschreven worden, onlangs als uitbater-ceo bij de Amsterdamse VU is geparachuteerd. Dezelfde VU waar de vorige uitbater nog het veld moest ruimen vanwege zijn volgens het voetvolk te ver doorgeschoten markt- en managersaanpak, die hem in conflict bracht met die werkvloer. Erg veel zullen de VU-medewerkers dus niet zijn opgeschoten met deze wissel van het impresariaat. Vermoedelijk zal het voor de VU-employees op den duur toch schikken, slikken of stikken worden. Andere smaken zijn er niet meer.

Deze (politieke) koehandel in baantjes en benoemingen, dit mistroostige gesjacher met aanstellingen en posities, dit genante geschuif met personen die zo nodig aan de Ruif van de Publieke Middelen moeten worden getild, illustreert de vunzige voosheid van het moedeloosmakende markt-circus-gebeuren in zijn volle omvang. Immers, wat zegt een naam als VU of Universiteit van Tilburg in feite nog? Het zijn de zetbaas-bestuurders die er de dienst uitmaken en bepalen welke koers zo’n toko onder hun bevel vaart en wie daar profijt bij hebben.
Welke student weet nog wat zij koopt wanneer ze besluit bij universiteit A, B of C te gaan studeren? Wie zwaaien er in die tent de scepter, hoe heten de uitbaters, wie zijn dat precies, wat zijn hun agenda’s en belangen? Wat zegt een naam van een onderwijsinstelling nog over de kwaliteit van het onderwijs dat er geboden wordt?
De 14 Nederlandse universiteiten vormen inmiddels een franchiseketen, waarvan de respectieve winkeltjes grotendeels volgens een standaardformule produceren. Zij worden gelicentieerd, geaccrediteerd en geaudit door de NVAO, een Nederlandse academische rating agency. Daarnaast zijn er de interne audits van de franchisehouders en universiteitsuitbaters, voor wie de audit bovenal een management tool is ter disciplinering (*2) van het personeel en om de wetenschappers-docenten onder sim te houden.
Wie er franchisehouders (bijvoorbeeld universiteitsbestuurder, lid van de raad van toezicht of de ondernemingsraad) worden van welke academische hamburgertent, wordt politiek bedisseld. Iedere politieke partij heeft haar niches – met name in het ‘maatschappelijk middenveld’- waarin ze de baantjes naar believen kan verdelen onder cliënten, clubgenoten, handlangers en medeplichtigen. (*3) In zo’n klimaat gedijen gladakkers als Stapel gelijk distels op de mestvaalt.

maatschappelijk middenveld: vlees noch vis, amorf, ongrijpbaar, ondoorzichtig
Dezelfde ondoorzichtigheid is trouwens troef bij het aanbod aan energieleveranciers, zorgverzekeraars, banken, pensioenfondsen, woningbouwcorporaties en de verdere ruftende rest. Die hele santenkraam afficheert zich als “concurrerende merken op een vrije markt” die het voor ons – de consument-burger – goedkoper, deugdelijker, makkelijker en leuker moet maken. Daarom hebben we zelfs een burgerservicenummer om onze nek gehangen gekregen. De managers van dit soort toko’s hopsen als vlooien, teken en neten heen en weer tussen de talrijke pseudo-geprivatiseerde instellingen waarvan het zogenaamde “maatschappelijk middenveld” inmiddels wemelt.

Het onzalige maatschappelijke middenveld is een maatschappelijk moeras, een bizarre biotoop waarin iedereen en alles amorf en etherisch wordt. Het is een luilekkerland en snoepwinkel voor de lieden die erin worden losgelaten. Er wordt ongeremd gegraaid uit snoepflessen, gegrist uit koektrommels en de geldlade wordt straffeloos geplunderd. Transparantie bestaat daar niet, want de ruiten zijn beslagen, zodat je niet onbelemmerd naar binnen kunt kijken.

Gisteren kleefden ze in Brussel op het Europluche, vandaag verkopen ze energiecontracten, morgen leuren ze met zorgverzekeraars en splitsen ze je complete ziekenhuizen in je maag, overmorgen versjacheren ze hypotheken of slijten ze universitaire opleidingen en diploma’s, of god-mag-weten-welk-ander-product-dan-ook.

Iedere aanstelling en benoeming bij een instelling in dat maatschappelijk middenveld betekent voor een vetsoppende ritselende regelaar nog meer geld, nog riantere contractueel vastgestelde ontslagvergoedingen en de vele vele andere emolumenten. Alles ten laste van de Publieke Middelen uit de Grote Ruif. De PR-prietpraat en verbose verpakking betrekken ze in bulk bij zulke tenten als “De Argumentenfabriek”. Kiloknaller-korting krijgen ze op vertoon van hun lidmaatschapskaart van een politieke partij en als tegenprestatie bezorgen ze de taalvandalen en woordverkrachters lucratieve opdrachten, die natuurlijk worden gefinancierd uit de Algemene Middelen. Niemand kijkt hier nog van op en geen haan die ernaar kraait: het is inmiddels usance en je doet er toch niets tegen. Individuen als Stapel en diens praktijken zijn symptomen van het huidige systeem. In nuchter Nederlands heet dit doodgewoon: corruptie en bedrog.

de tegengestelde belangen van managers en maatschappij
Volgens Fenna Poletiek zijn universiteiten inmiddels organisaties geworden “ met belangen die uitstijgen boven hun doel: het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het geven van wetenschappelijk onderwijs.” Dit is een een verontrustende stelling. Immers: de doelen van onze onderwijsinstellingen dienen samen te vallen met ons aller belang, dus met het publieke belang. Ons doelbelang luidt: de jeugd moet deugdelijk gevormd en degelijk onderricht worden.

Fenna Poletiek verwoordt vooral een onwenselijke maar wezenlijke discrepantie, die nog steeds toeneemt: het belang van de onderwijsmanagers valt niet samen met dat van de studenten, docenten en met dat van ons allen. Die belangen zijn inherent tegengesteld, de respectieve doelen zijn niet langer op elkaar betrokken en sporen niet meer met elkaar. Ze divergeren, lopen uiteen.

Hetgeen ons nog meer zorgen moet baren: de belangen van steeds meer carrière-politici en beroepsbestuurders (beide soorten zijn in toenemende mate inwisselbaar en laten zich inmiddels rangschikken onder de gemeenschappelijke noemer: managers) vallen niet langer vanzelfsprekend samen met het Publieke Belang, dat wil zeggen: ons aller belang. Nog enger is dat zij zich dat in toenemende mate bewust worden, het als vanzelfsprekend gaan ervaren en hun gedrag daaraan aanpassen.

Politici kunnen ook niet zo heel veel meer uitrichten. De globale financiers hebben het grotendeels overgenomen. Die trekken aan de touwtjes en hebben de koorden van de beurs in handen; kijk maar naar de Mario’s Monti en Draghi. De capo’s van de financiële wereld gebruiken de politici als legitimerende buikspreekpop. De Mario Puzo-film The Godfather heeft allengs de status van een drama-documentaire gekregen. De politieke kopstukken weten het en ze doen mee, sommigen misschien vanuit een burgemeester-in-oorlogstijd-overtuiging, wie kan het zeggen?
Italië laat de schitterendste voorbeelden van politieke verwording zien. De paljas politicus Berlusconi concurreert om de kiezersgunst met de komiek Grillo. De Italianen hebben geen illusies meer omtrent hun politici. Ze kiezen dan maar tenminste openlijk voor een beroepsclown. De verwevenheid van onder- en bovenwereld leidt in Italia tot ongekende staaltjes volksvermaak. Clowns gooien bij de verkiezingen hoge ogen. De mythe van de mafia wordt werkelijkheid in de politieke praktijk. Naarmate politici er minder toe doen, gaan zij des te ijveriger en nadrukkelijker de indruk wekken dat ze wel degelijk invloed op het grote gebeuren kunnen uitoefenen, want wij moeten immers op ze stemmen. Dit is de eeuw van de Stapels.

Dit is bij uitstek het tijdperk van de performer-politicus, de stuntende stemmentrekker, de vermakelijke volksvertegenwoordiger, de poseur en praatjesmaker, de kiezertrekkende kanjer. Dit, krijgen wij iedere dag gedemonstreerd en doorlopend ingewreven. Wij weten langzamerhand niet beter.

Stapel moet inmiddels legio aanbiedingen van de zijde van “de polletiek” binnen gekregen hebben. Een hoogopgeleide, gecertificeerde, succesvolle bedrieger kunnen ze daar altijd gebruiken. Het zal hoogstwaarschijnlijke deftiger worden aangekleed, maar als spin doctor is het ook vet verdienen. Bovendien kun je je handel aan iedereen slijten die schuift. Een soort argumentenfabriek dus.

productie prevaleert
De onderwijsmanagers raken als uitbaters van onze onderwijsinstellingen steeds meer geobsedeerd door de productie van diploma’s, bullen en certificaten tegen zo min mogelijk geld, voor de laagste prijs in geld uitgedrukt. De onzalige outputfinanciering speelt hierbij een nefaste rol. Hij vestigt en versterkt bij de onderwijsmanagers de waan dat ze werkelijk over beursgenoteerde multinationals presideren en winsten moet realiseren. Wat voor soort winsten, welke winsten en ten bate van wie, daarvan hebben de meesten geen flauw idee. Over investeren in onze jeugd hebben ze nooit een gedachte gehad.
Deze griezelige geestesgesteldheid heeft bij universiteitsbestuurders de vorm van groupthink aangenomen en moet niet worden onderschat: ze nemen zichzelf bloedserieus in de rol van entrepreneur.
Zij houden zich pompeus onledig met aan- en verkopen van vastgoed (waarbij ze vaak kostbare zeperds maken), zijn maniakaal als het gaat over gelikte huisstijl, tuk als eksters op flitsende folders, blinkende brochures en powerpoint presentaties. Ze kicken op glitter en geilen op glamour. Ze mogen ministers en hoogwaardigheidsbekleders tutoyeren en zich afgeven met leden van dat circuit van lieden-die-ertoe-doen (rubbing shoulders with the rich and the famous). Ze treden op in actualiteitenprogramma’s waar ze onweersproken gemeenplaatsen debiteren en banaliteiten ten beste geven.

Een universiteit vangt negentigduizend (90.000) euro voor ieder proefschrift dat met succes wordt afgerond. Dus: iemand die begint over wetenschappelijke integriteit en plagiaat aankaart, die zeurt, is een spelbreker en kniesoor. Zij kan het bedrijf veel geld door de neus boren. De meeste universiteit-uitbaters zullen haar als een liability beschouwen.

Universiteitsmanagers brabbelen in een jargon dat is doorspekt met Orwelliaanse newspeak en wemelt van woorden als rendement, winst en leeropbrengsten. Daarentegen zijn de meeste docenten, degenen die het eigenlijke werk verrichten, nog steeds overwegend gefocust op kennisoverdracht en daarbij het, veelal impliciet, doorgeven van bepaalde mores. Het leidinggeven aan de productieafdeling van een koekjesfabriek is wezenlijk iets anders dan het bestieren van een onderwijsinstelling. Tegenwoordig is dat aan dovemans oren gezegd.
De grootste verliezen van deze onverantwoordelijke beunhazerij zijn immaterieel van aard: de schade die onze jeugd wordt toegebracht. De rekening wordt zoals te doen gebruikelijk vooruit geschoven en afgewenteld op de samenleving. De narigheid komt linksom of rechtsom, uiteindelijk op onze bordjes terecht

commitment, compliance & obedience
Amitai Etzioni (1961:66-67) rekende in de jaren zestig onderwijsinstellingen nog tot overwegend normatieve instituten (predominantly normative). Dit in tegenstelling tot onder andere productiefabrieken (utilitarian) en penitentiaire instellingen (coercive). Parallel hieraan onderscheidt hij bij de betrokkenen/inmates drie modaliteiten van geïnvolveerdheid: commitment, compliance en obedience. Onze onderwijsinstellingen zijn mij dunkt inmiddels overwegend onder te brengen in de mengvorm die Etzioni onder
utilitarian-coercive

(*2) subsumeert. De inmates zijn compliant en obedient, eventueel commitment erodeert snel, want loont niet. Je moet commercieel denken, hetgeen in de praktijk neerkomt op ieder-voor-zich-en-naai-je-collega’s-een-oor-aan. Komt dit de kwaliteit van ons onderwijs ten goede? Goedkoper wordt het er ieder geval niet op. Het vele geld dat wordt onttrokken aan het primaire proces (i.e.: onderwijzen, kennis overdragen en opvoeden) verdwijnt in de zakken van verwaten Wichtigmacher die pretenderen onmisbaar te zijn, terwijl ze hoofdoorzaak zijn van de prangende problemen waardoor wij worden geteisterd. Zij leven hun liefhebberijen – en incompetentie – uit op kosten van de gemeenschap en lopen daarbij geen enkel persoonlijk risico. Worden de puinhopen die ze aanrichten te opvallend groot, dan springen ze doodleuk naar de volgende uitdaging, als een luis naar de volgende gastheer. Voor hen is er geen vuiltje aan de lucht, hun kostje is gekocht.

de McDonaldization van onze universiteiten
George Ritzer (2000:11-14, 62-122) legt uit hoe de McDonald-formule wereldwijd een vleesgeworden metafoor is geworden.
Zijn grote succes dankt McDonald volgens Ritzer hoofdzakelijk aan vier dingen: Efficiency, Calculability, Predictability en Control through NonHuman Technology.
Onze onderwijsinstellingen – en niet alleen die – worden inmiddels hoofdzakelijk volgens voornoemde vier criteria ge-managed. Dat gebeurt aan de hand van handleidingen en standaardprotocollen waarbij je als uitbater-CEO niet hoeft na te denken: je voert de handelingen en ingrepen uit die in het handboek staan. De clean desk policy op de VU bijvoorbeeld is zo’n drill. Laat het personeel weer even voelen wie hier de lakens uitdeelt en aan de touwtjes trekt. Managers hebben 24/7/366 de tijd om zich met futiliteiten onledig te houden, terwijl de productiemedewerkers productie moeten draaien.
Voor een hamburger-keten of een koekjesfabriek kunnen de McDonald organisatie-methode en de varianten ervan waarschijnlijk heel winstgevend toegepast worden, maar het bestieren van onderwijsinstellingen is natuurlijk heel andere koek. De meeste managers hebben daar geen kaas van gegeten, zij zijn alleen maar lidmaat van een politieke partij die ze via hun benoeming in de Grote Ruif plugt.

vorm verdringt vent
Rechtsfilosofe
Dorien Pessers vertelt in een essay uit 2006 wat er is gebeurd: “Vertrouwen van burger is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm” ; de vorm overwoekert de norm, de vorm is belangrijker dan de vent – “de competentie om competent te lijken” is waarom het vandaag de dag draait en dat wordt schaamteloos te gelde gemaakt. Stapel gaat daar instructie in geven; hij gaat de clowns de kneepjes van het competent lijken bijbrengen.
Pessers: ” Kennis van feiten, vakkennis en professionaliteit zijn niet meer belangrijk, maar slechts de competentie om competent te lijken. De enorm groei van de communicatieafdelingen binnen de publieke sector is symbolisch voor deze ontwikkeling. Marketing, presentatie en public relations worden belangrijker dan de diensten die geleverd moeten worden. De vorm wordt belangrijker dan de norm. Misleiding van het publiek door aan de reclame ontleende beeldtaal belangrijker dan betrouwbare dienstverlening. ( … ) De grenzen tussen het ambt en de persoon van de ondernemende ambtenaar vervagen, zo ook die tussen staat en markt, tussen publieke en private belangen, tussen rationele sturing en irrationele sturing. (…. ) Tussen goede trouw en kwade trouw bestaat geen principieel verschil meer indien de kwade trouw maar wordt gecompenseerd met een schadevergoeding. Het gegeven woord geldt slechts zolang trouw aan het gegeven woord economisch profijtelijker is. ( … ) In dat verband kan het plegen van wanprestatie economisch profijtelijker zijn dan het nakomen van de overeenkomst.”

Voor Diederik Stapel geldt dit laatste in de overtreffendste trap: zijn wetenschappelijke wanprestaties, leggen hem financieel absoluut geen windeieren. De morele schade die hij aanricht is echter niet te becijferen. Of Nederland en de Nederlanders op den duur wel zullen varen bij ontwikkelingen als deze, is een vraag die je niet hardop mag stellen. Daarom tenslotteMargot Trappenburg voor een broodnodige optimistische noot: “De ontwikkeling naar nog meer vraagsturing, nog grotere mondigheid, nog meer assertiviteit, en opschepperige, reclame makende professionals is geen natuurverschijnsel dat zich aan ons voltrekt en het is al helemaal geen natuurverschijnsel dat wij moeten faciliteren, aanmoedigen en uitvergroten. We hoeven niet mee te denken. We kunnen ertegen zijn.”
We kunnen er mordicus tegen zijn, maar iets ertegen kunnen doen, is een ander verhaal. Op welke politieke partij moet daarvoor bijvoorbeeld stemmen? Ik zou er niet van opkijken indien Diederik Stapel te eniger tijd wordt ingelijfd door een politieke partij en zich tegen een riante wedde (uit de publieke ruif betaald, uiteraard) mag inzetten ten bate van vergroting van het marktaandeel op de kiezersmarkt en verzilveren van stemmenwinst voor die partij. Wie is er straks het eerste bij om deze frauduleuze vette vis binnen te halen?!

Noten:

(*1) Vroeger werden creaturen die uiterlijke deformaties vertoonden, zoals de Elephant Man, tegen betaling als freaks tentoongesteld. Tegenwoordig verschillen freaks qua uiterlijk weinig tot niets van de doorsnee mens. Kijk maar naar de zich rijkstelende bankiers en iemand als Bernie Madoff. Juist dat uiterlijk niet-afwijken van jou en en mij, veroorzaakt die vreemde fascinatie voor de moderne freak. Zie de films Wall Street I & II met Michael Douglas in de rol van de freak Gordon Gekko. Zie de docu Inside Job van Ferguson, waarin we te zien krijgen hoe financiële vandalen en krediet-kwakzalvers met een escorte van democratisch gekozen volksvertegenwoordigers – die veelal geen sjoege hebben waar het allemaal om gaat! – in privéjets de aardbol rondrazen om hun brakke en onheuse handel aan de man te brengen, in de markt te zetten.

(*2) zie: Michel Foucault (1989/1975): Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis / voor wie dieper wil: Lemke, T. (2001) ‘The birth of bio-politics’: Michel Foucault’s lecture at the Collège de France on neo-liberal governmentality’. in Economy and Society, 30.2 (mei 2001): 190-207.

(*3) z
ie onder andere: Koenraad W. Swart: The Sale of Public Offices in Heidenheimer & Johnston (2001): Political Corruption ( hoofdstuk 6: 95 – 106). Oorspronkelijk: Koenraad Walter Swart (1949): Sale of Offices in the Seventeenth Century / The Hague: Martinus Nijhoff (pp. 112-127).

Google maar op: ‘contract van correspondentie’. De huidige koehandel in politieke benoemingen en banen in de semi-private sector, is de moderne pendant van deze contracten van correspondentie.
Managers / bewindvoerders hebben de macht om (publieke) middelen te alloceren, zonder dat zij eigenaren-bezitter van iets zijn (zie James Burnham). Vrienden en cliënten op lucratieve banen benoemen, op profijtelijke posten parachuteren, en hen zodoende inpluggen in de ruif der Publieke Middelen is intussen usance. Het maatschappelijk middenveld (de verzameling van pseudo-verzelfstandigde universiteiten, semi-geprivatiseerde wonigbouwcorporaties, de monopolist NS, aanstellingen in Brussel bij de talloze EG-instituten, enzovoorts) is tot een kostbare snoepwinkel verworden

Literatuur:

Benjamin Barber (2007): De Infantiele Consument / Amsterdam: Ambo/Anthos Uitgeverij

Daniel Boorstin (2012/1962) The Image: A Guide to Pseudo-Events in America / New York: Random House

Jerome Bruner (1999): The Culture of Education / Cambridge, Mass. & London: Harvard UP

James Burnham (1944/1929): The Managerial Revolution, or what is happening to the world now / London: Putnam and Company

Amitai Etzioni (1971/1961): Complex Organizations. On Power, Involvement, and Their Correlates / New York: The Free Press

Erving Gofmann (1974) : Frame analysis: An essay on the organization of experience / London: Harper and Row.

Colin Leys, in Arnold J. Heidenheimer & Michael Johnston (eds.) (2001): Political Corruption: Concepts and Contexts / New Brunswick, New Jersey: Transaction Publishers (helaas ontbeert dit vuistdikke standaardwerk een index)

Christopher Lasch (1978): The Culture of Narcissism: American Life in an Age of Diminishing Expectations / New York, London: Norton

George Ritzer (2000): The McDonaldization of Society / Thousand Oaks, Cal.,London, New Delhi: Pine Forge Press

Richard Sennett (1998): The Corrosion of Character. The Personal Consequences of Work in the New Capitalism / New York, London: Norton

Margot Trappenburg (2007): De ethiek van de publieke sector staat ook in: P. Hettema & L. Lenssen (redactie) (2007): Van wie is het onderwijs / Amsterdam: Balans.
(Nota bene. In deze reader staan naast enkele lezenswaardige bijdragen, artikelen die zo uit de pen van een Alan Sokal gevloeid zouden kunnen zijn: ongelooflijk dat dergelijk gewauwel, zulk geneuzel, door gediplomeerde veelverdieners wordt afgescheiden! Een van degenen die een bijdrage aan de bundel leverde is mede-oprichter van “De Argumentenfabriek“. Geen wonder dat ook Stapels onderneming Fictie-Fabriek heet. Het draait allemaal om op industriële leest geschoeide massaproductie van junk.)

Meer blauw in het lab niet de oplossing
Politie-aanpak voor onderzoekers is nefast

door cultureel antropoloog Rik Pinxten
in De Standaard van woensdag 24 april 2013

‘Zullen extra controles op wetenschappers het probleem oplossen, of slechts onderdrukken?’

Er duiken steeds vaker gevallen van wetenschappelijke fraude op, en dus willen de rectoren de controle op de data opvoeren. Logisch, toch? Volgens Rik Pinxten is dat de verkeerde aanpak: op die manier wordt de wetenschap nog wat meer onderhevig aan de economische logica.

Het is stilaan bekend dat bepaalde wetenschappers ‘frauderen’ met onderzoeksresultaten. De Nederlander Diederik Stapel werd in een recent nummer van het gezaghebbende blad Science nog vermeld als internationaal voorbeeld. De man bouwde een reusachtige reputatie op als excellent onderzoeker, met een indrukwekkende ‘output’ van wetenschappelijke artikels in toptijdschriften. Tot bleek dat een goed deel (55 van de 137 artikels) frauduleus is. Het ging daarbij over werk in de sociale psychologie, en als zodanig niet echt met onontwijkbare impact op de gehele maatschappij.

Maar onlangs was er het geval van de Amerikaanse economen Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart, twee eminente onderzoekers aan de prestigieuze Harvard-universiteit. Hun analyses waren de ‘stenen tafelen’ voor de neoliberale economische politiek van ‘besparen, afslanken, besparen’ in nagenoeg het gehele Westen. Hun werk werd als onbetwijfelbaar en dwingend voorgesteld door Duitse, Amerikaanse en Engelse politici de voorbije jaren – en we weten intussen allemaal wat de impact daarvan was en is op de verarmingspolitiek in Zuid-Europa of Ierland. Maar plots bleek dat de eminente wetenschappers fouten en/of onnauwkeurigheden in berekeningen van hun ‘stenen tafelen’ hebben staan. De impact van dit soort al dan niet opzettelijke of minstens twijfelachtige onjuistheden op miljoenen mensen is bijzonder groot: hele landen werden op basis van die ‘waarheden’ voor de volgende generatie naar een lager welvaartsniveau gedwongen. Een nauwkeurige (her)berekening had dit kunnen voorkomen, luidt het.

De illusie van de camera
Vermoedelijk als gevolg van dergelijke soorten van fouten, fraude en onnauwkeurigheden hebben de Vlaamse rectoren nu beslist (DS 23 april) om van de onderzoekers de ‘ruwe gegevens’ van onderzoek ter beschikking te stellen van… Ja, van wie of wat eigenlijk? Ik begrijp de rectoren, uiteraard. Er is een ernstig probleem. Maar ik begrijp niet dat zij denken dat de oplossing ligt in meer controle op de onderzoekers. Of, vrij naar een populistische slogan: meer blauw in de onderzoekscentra. De rectoren kiezen dus voor de politie-aanpak: het zijn de onderzoekers die slechte intenties hebben, en als we die ‘misdadigers’ kunnen opsporen, dan wordt het probleem opgelost en leven we opnieuw in een veilige wereld. Onwillekeurig doet dit denken aan de trend om overal camera’s te plaatsen en ervan uit te gaan dat de maatschappij zo veiliger wordt. Maar de vraag is natuurlijk altijd of het probleem opgelost wordt, of slechts onderdrukt. Het wordt inderdaad lastiger om misdaden te plegen, want de pakkans verhoogt, maar wordt daarmee een probleem echt opgelost? Is het verlies aan vrijheid een bonus, of gaat die ten koste van de kwaliteit van leven (en denken)? Moet die controle niet voortdurend verscherpt worden? Criminelen vinden immers steeds een nieuwe weg, waarop politie dan weer meer moet investeren om enigszins mee te kunnen. Dat is dus niet de manier om een leefbare maatschappij te creëren, waar vertrouwen en eerlijkheid de basiswaarden zijn.

Onze rectoren gaan mee met de repressieve logica, en passen hem toe in een domein waar kritiek en zelfkritiek basiswaarden waren (en nog gedeeltelijk zijn). Ook zij kiezen voor het wantrouwen als uitgangspunt: de onderzoeker wordt als een potentiële bedrieger of valsspeler gezien.
Maar de vraag waarom er misschien meer valsspelers zouden zijn dan in het verleden, neen, die wordt niet gesteld. Nochtans hebben eminente onderzoekers wereldwijd er al op gewezen: de vermarkting, en daarmee de extreme competitiedwang als hoofdwaarden hebben de onderzoekstraditie aangetast. In plaats van het plezier van het zoeken als intellectueel hoogste waarde is de prestatie-in-competitie gekomen, waar je moet zien het te halen tegen je concurrenten. Daar komen de andere markt-trucs als vanzelf ook in het vizier: nepproducten maken, je marktwaarde hoog houden.

Ondergeschikt aan economie
Door daar alleen maar ‘meer blauw’ tegenover te stellen, lost men jammer genoeg niets op. De oprechte onderzoekers worden nu ook als potentiële valsspelers gebrandmerkt in de ogen van een breed publiek en de fraudeurs zullen alleen maar sluwer worden. Jammer dat onze beleidsmensen de kans laten liggen om een diepe dialoog over de aard van het onderzoek aan te zetten met de onderzoekers. Neen, het onderzoek wordt met deze maatregel nog meer ondergeschikt gemaakt aan de economie, en verliest zo weer een stuk van de zo belangrijke vrije onderzoekswaarde.

REACTIES – discussie

Op 24 april 2013, zei Jerry Mager:

De oorzaak is bekend, erosie van intrinsieke waarde en beloning, gesubstitueerd door externe remuneratie: “ In plaats van het plezier van het zoeken als intellectueel hoogste waarde is de prestatie-in-competitie gekomen”. Alles is en wordt gecommodificeerd. Vooral bij die zaken waaraan commodificatie WEZENSvreemd is, gaat het dan verschrikkelijk mis. Je hoeft geen Einstein te zijn om dat te snappen. Het is aangetoond met gedegen onderzoek. Onderwijs , Zorg, het Recht op drinkwater, maar ook de “unificatie van Europa” worden langs de monetaire meetlat gelegd en dan moét het dús gesmeerd marcheren. Quod non. We weten dat het contrair werkt, maar blijven het verkeerde toch voortdoen. Curieus, maar een evidentie van de eerste orde en vooral dringende orde. Managers, ja, die dus, menen alleen afgerekend te mogen en moeten worden op monetaire kwantiteiten. Ook als die helemaal nergens voor staan en nergens op slaan. Hun instrumenten: geld en controle-met-straf. Primitief, en het werkt niet.

Op 24 april 2013 omstreeks 08:26, zei Gust Adriaensen:
De heer Pinxten laat uitschijnen dat onderzoeksfraude niet zo erg is als onderwerp en resultaat ‘niet echt een onontwijkbare impact op de hele maatschappij’ hebben. Zoals, aldus Pinxten, de sociale psychologie. En misschien hoort ook wel de antropologie in die categorie thuis. Andere koek is natuurlijk, nog volgens Pinxten, wanneer het (frauduleuze) onderzoek, de economie betreft. Dat is natuurlijk een zeer discutabele en voor elke intellectueel en onderzoeker met enig zelfrespect, onacceptabele waardebeoordeling. Bovendien holt Pinxten op die manier zijn eigen bekommernis om het vrije, onafhankelijke onderzoek dat ‘niet ondergeschikt gemaakt wordt aan de economie’, uit.

Op 24 april 2013 omstreeks 13:51, zei Jerry Mager:

@ Gust, inderdaad, zo kun je Pinxten ook lezen. Hij lijkt in de val van de “prijs van fraude” te trappen, terwijl fraude natuurlijk fraude is. Hoezo, een beetje zwanger? Wat ik totnogtoe mis, ook bij mezelf want het lijkt zo vanzelfsprekend, is de vertrouwensrelatie docent-student. Veel van mijn professors kwamen op ons kot voor dispuutsavonden, ook nobelprijswinnaar Tinbergen bleef dat doen – hij werd alleen nooit dronken, anderen weleens. Je zou je bij voorbaat al doodschamen om zo’n man te willen bedonderen, indien die gedachte al bij je opkwam. Die houding kreeg je vroeg aangeleerd en nam je mee. Nu is het: gesnapt? pech gehad. Er zijn tig concurrenten die mij toch als student/docent willen hebben. Over de geldprijs valt te onderhandelen. Niet dat vroeger alles perfect was, maar men heeft het kind met het badwater weggegooid, is mijn idee steeds vaker. Commodificatie, heet de grootste boosdoener. Direct daarna komen de managers, met hun ‘ mentaliteit’ en vaak verwoestende aanpak.

Op 24 april 2013 omstreeks 12:28, zei Luc D.:
In elk geval zal een paper over het paringsgedrag van de drosophila melanogaster minder aanleiding geven tot misbruik of belangen van een sponsor.

Op 25 april 2013 omstreeks 12u34, zei Jerry Mager:

@ Luc, ongetwijfeld humoristisch bedoeld, maar helaas … onderzoek aan de fruitvlieg wordt natuurlijk zwaar gesponsord door de farmaceutische clubs en dat zijn voorwaar geen kleine jongens. Ik google op ‘fruitvlieg’ en vind meteen: “ De zogenaamde bananenvlieg, oftewel de Drosophila melanogaster, is vanwege het gebruik als proefdier voor genetische experimenten het bekendste lid van het geslacht. Bananenvliegjes worden veel gebruikt bij genetische experimenten, omdat ze zich erg snel voortplanten en gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn.” U weet – dat hoop ik althans – dat hier goudgeld in omgaat? U zult met enig speurwerk vast fruitvliegen-fraude kunnen ontdekken. Waar het bij fraude om gaat, is natuurlijk het onderliggende waarden- en normen-complex. De meeste reacties – gelukkig niet alle – beperken zich zoals helaas te doen gebruikelijk tot de symptomen. We zijn heel eenvoudig te pluimen. Veel makkelijker dan de aap met het apennootje in de kalebas.

Op 24 april 2013 omstreeks 09:36, zei Jean Blanquart:
Veel erger dan de occasionele ‘fraudes’ (die in alel sectoren bestaan) is de systematische overtreding van elementaire methodologische regels die veel onderzoekers, hun promotoren en daarna de media en beleidsactoren plegen!Lukrake veralgemeningen van selecte steekproeven, verkeerde afbakeningen van steekproeven,verwarring van ‘hypothesen’ met ‘theorieën’ enz. Op deze manier verwatert wetesnchappelijk onderzoek tot een ratjetoe van publicaties waarmee vooral opiniemakers en machthebbers het gelijk steeds aan hun zijde krijgen.Uiteraard is ook dit een onderdeel van ‘perception management’ waaraan heel wat wetenschappers ook onbwust hun steentje bijdragen.Het absoluut verfoeilijk ‘publicatie- en citatencriterium’ om wetenschappelijk onderzoek te financieren,is daar slechts een exponent van, omdat je op die manier 40 versies krijgt van één onderzoek dat vaak nietszeggend en methodologisch verkeerd is!Ook dat is fraude!

Op 24 april 2013 omstreeks 12:53, zei Jerry Mager:

@ Jean Blanquart, occasionele fraude kun je nog toeschrijven aan ‘ongelukkige persoonlijke omstandigheden’ of een menselijke inschattingsfout, zwakte, enzovoorts, maar als het frauderen structureel en systematisch wordt, is degene die niét fraudeert het dutske van de maand. Onze waarden m.b.t. fraude verschuiven razendsnel. Onze waarden verschuiven sowieso. Kijk naar de bankiers. Nu gaan we er al vanuit dat ze-nu-eenmaal-de-neiging-hebben met andermans geld te speculeren. Dat hóórt er inmiddels gewoon bij. Niets aan te doen, want zij zijn immers de motor van onze welvaart en ons geluk. Je zou als bankier zot zijn om dat tegen te spreken! Terwijl ze nota bene de motor zijn van rennende waardendevaluatie! Vandaar die potsierlijke figuur met dekking tót 100.000. Een beschamend brevet van maatschappelijk onvermogen, maar tja, als iedereen het doet, wordt het normaal gevonden.

Op 24 april 2013 omstreeks 12:56, zei Bart Dierynck:
Er is continu commentaar op het gebruiken van publicaties(kwaliteit en kwantiteit)als criterium voor onderzoekskwaliteit.Het moge duidelijk zijn dat niemand dit als een perfecte maatstaf beschouwt,maar waarschijnlijk wel de best mogelijke.Elke alternatieve maatstaf heeft ook (meestal grote) nadelen.Neem studentenevaluaties:in de VS gaan professoren met studenten op cafe en trakteren ze dat het geen naam heeft om goeie evaluaties te krijgen.Neem aantal keer dat je in de media verschijnt:onderzoekers gaan dan gewoon die dingen zeggen die de media en het volk willen horen en dat is ook fraude.De enige verbetering is op langere termijn gaan meten.De impact van een onderzoeksoutput is betrouwbaarder na 10 jaar en ook studenten kunnen 10 jaar na afstuderen vaak beter oordelen of een vak nuttig was en/of goed gedoceerd werd.In Chicago worden onderzoekers ook pas benoemd na 10jaar.Probleem is dat het voor niet-topinstituten moeilijk is om die 10 jaar te hanteren als niet iedereen het doet….

Op 24 april 2013 omstreeks 13:14, zei Jerry Mager:

@Bart Dierynck, u zégt het: 10 jaar is mij dunkt een zeer bescheiden diepte-investering? Vertelt u dat eens aan de universiteitsmanagers, de ‘bewindvoerders’ van James Burnham. Docenten maken tegenwoordig vaak gebruik van software!!! om plagiaat te detecteren en dan nog …. Ze kennen 1) hun literatuur dus niet voldoende én 2) ze kennen hun studenten onvoldoende (om te kunnen inschatten of Jantje wel in staat zou zijn die paper geheel zelfstandig geschreven te hebben).

Op 24 april 2013 omstreeks 22:56, zei Marc V.:
Berucht in de geschiedenis van de antropologie zijn de onzorgvuldige verslagen van Margaret Mead over het leven op het eiland Samoa (1925-1926). Ongeveer al haar bevindingen en conclusies werden intussen tegengesproken of weerlegd. Margaret Mead getuigde bij haar wetenschapsbeoefening van een grote mate van vooringenomenheid. Er was toen nog geen sprake van economische druk op wetenschappers of van hun ‘marktwaarde’. Maar wellicht ware het toch beter geweest dat een kritisch oog over haar schouders had meegekeken. MV1

Op 25 april 2013 omstreeks 12:08, zei Jerry Mager:

@ Marc (24 april 2013 omstreeks 22u56), hier hebt u toch de melk horen klotsen, zonder dat u precies weet waar de tepel hangt. Googelt u om te beginnen John Derek Freeman over “ de Mead controverse”, daarna verdiepe u zich in de theorieën over tekstanalyse in de antropologie – monografieën en etnografieën zijn altijd producten van een waarnemer-auteur. Geen antropoloog kan twee keer aan “ dezelfde” populatie onderzoek verrichten; zij verandert q.q. haar onderzoeksobject meteen al door haar aanwezigheid als participerende observeerder. Dan is er de bias vanwege de gender van de onderzoeker (bij Mead speelde dit o.a. ook mee; objectief en waardenvrij kán niet), zijn/haar ideologische bril en natuurlijk het risico van ‘ going native’ en nog veel meer voetangels en klemmen. Ik vind stellig dat bij de studie culturele antropologie een psychoanaltyische leeranalyse en –therapie hoort. Maar, kom daar eens om bij de universiteits managers. Alles moet liefst binnen 4 jaar klaar!

Indien u zich werkelijk en serieus wil verdiepen in deze boeiende materie, grasduint u vervolgens eens in studies die de overeenkomsten/verschillen tussen antropologie (synchroon onderzoek naar andersheid) en geschiedenis (diachroon: ‘ The past is a foreign country: they do things differently there’) onderzoeken en analyseren. Daarna formuleert u misschien wat fraude volgens u, hier in de context van dit stuk van Rik Pinxten, voor implicaties ook in den brede kan hebben – kortom: u bedrijve wat comparatief onderzoek en verrijkt ons met uw inzichten. Enkele literatuur-tips en u kunt ook googelen op de auteurs: George Marcus / Michael Fisher: ‘ Anthropology as Cultural Critique’ & ‘Writing Culture ‘; Clifford Geertz: Works and Lives: The Anthropologist as Author. Richard Rorty: ‘ Consequences of Pragmatism’ . Last, but not least at all: google vooral op: Alan Sokal, 1996, Social Text, fraud.

Keuze voor verleden of voor toekomst?
Jean-Luc Dehaene in De Standaard van zaterdag 09 februari 2013

De Europese lidstaten weigeren de nodige middelen vrij te maken voor een toekomstgericht Europees beleid, zegt Jean-Luc Dehaene . Ze halen zo de Europese doelstellingen onderuit die ze zelf hebben vooropgesteld. Een geval van verregaande politieke schizofrenie?
* * *

Met veel ambitie keurde de Europese Raad in 2010 het plan ‘Europa 2020′ van de Europese Commissie goed om door onderzoek, innovatie en infrastructuurwerken de groei in de EU te stimuleren. Twee jaar later werd het ‘Pact voor Groei en Tewerkstelling’ goedgekeurd. Beide plannen willen door een gezamenlijke Europese aanpak een meerwaarde bieden ten opzichte van 27 nationale plannen.
Diezelfde Europese Raad geeft echter niet thuis als daarvoor middelen moeten worden vrijgemaakt. Gisteren werkte de Raad aan een begroting voor de komende zeven jaar (2014-2020). Het plafond van 960 miljard ligt meer dan 80 miljard lager dan wat de Commissie had voorgesteld en is een terugval op het uitgavenniveau van 2007.
Als argument voor de verlaging van de EU-uitgaven wordt verwezen naar de besparingen die de lidstaten moeten doorvoeren. Dat argument lijkt steek te houden, ware het niet dat de uitgaven van de Unie de laatste jaren al veel minder snel groeiden dan de nationale uitgaven. Ook heeft geen enkele lidstaat zijn uitgavenniveau verlaagd, terwijl het net dat is wat de Europese Raad van de EU vraagt, en dan nog wel voor zeven jaar.
Om alle landen over de brug te krijgen, wordt bovendien weinig of niet geraakt aan de fondsen voor landbouw en hulpbehoevende regio’s, die samen meer dan 70 procent van de Europese uitgaven vertegenwoordigen. Vergeleken met het voorstel van de Commissie wordt vooral gesnoeid in het budget voor research, innovatie en investeringen en het geld bestemd voor de nieuwe bevoegdheden (zoals gemeenschappelijk buitenlands beleid). Er wordt dus gekozen voor een aanpak die eerder op het verleden dan op de toekomst gericht is.

Eigen Europese middelen
De neerwaartse druk op de Europese uitgaven vanuit de lidstaten vindt zijn oorsprong in de financieringswijze van de EU-begroting. Die gebeurt grotendeels vanuit de nationale begrotingen. waar ze geboekt worden als uitgaven. Als de nationale begrotingen onder druk staan, is een lagere bijdrage aan de EU een besparing.
Het is ooit anders geweest. Tot midden de jaren tachtig werd de Unie gefinancierd door eigen middelen, voornamelijk via de douanerechten die rechtstreeks aan de EU toekwamen. Omdat de douanetarieven verlaagden, verminderde de opbrengst snel. Er moest dus uitgekeken worden naar andere inkomsten. In 1988 werd beslist de douanerechten aan te vullen met bijdragen uit de nationale begrotingen. Ondertussen zijn die bijdragen uitgegroeid tot de belangrijkste inkomstenbron van de EU (68 procent), en dit volledig in tegenstelling tot het Europese Verdrag, dat voorschrijft dat de Europese begroting moet worden gefinancierd met eigen inkomsten.

Vooral de grote lidstaten gijzelen de EU met een financiering vanuit de nationale begrotingen. Door de uitgavenplafonds te verlagen, versmachten ze Europa financieel.

Slechts één remedie kan heil brengen: de EU moet opnieuw haar eigen inkomsten hebben, bijvoorbeeld afkomstig uit een financiële transactietaks of milieuheffingen. Met eigen inkomsten wordt ook de eigen financiële verantwoordelijkheid van de EU benadrukt. Het voordeel zit hem niet zozeer in grotere uitgaven, maar wel in een gegarandeerde financiering, los van de nationale begrotingen. Ook de nationale begrotingen zullen er bij winnen omdat ze hun EU-bijdragen grotendeels zullen kunnen schrappen. Het is een win-winsituatie.

Grotere flexibiliteit
Het Europees Parlement heeft in het debat over de meerjarenbegroting altijd een consequente houding aangenomen:
1) Het uitgavenplafond moet voldoende hoog zijn om de doelstellingen van Europa 2020 te kunnen financieren.
2) De betalingen moeten de vastleggingen volgen. Het Verdrag laat geen Europese deficit toe.
3) Het is onzinnig een plafond vast te leggen voor zeven jaar; een dwingende halftijdse herziening moet worden voorzien.
4) Er moet een grotere flexibiliteit worden ingebouwd. Het moet mogelijk worden om verschuivingen door te voeren tussen rubrieken binnen de begroting als er overschotten zijn. Binnen de Raad moet dit bij meerderheid worden beslist.
5) Het Europees Parlement en de Raad moeten zich politiek engageren om binnen een af te spreken tijdsbestek de EU-begroting opnieuw met eigen middelen te financieren.

Beter geen dan een slecht akkoord
De besluiten van de Europese Raad zijn hopelijk maar een basis voor onderhandeling. Er is immers maar een akkoord als ook het Europees Parlement zijn goedkeuring geeft. Zoals de zaken er nu voorstaan, heeft de Raad onvoldoende rekening gehouden met de voorwaarden van het Parlement. Hopelijk heeft de Raad voldoende onderhandelingsmarge overgehouden, zo niet wordt een akkoord moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk.
Het Europees Parlement zal niet toelaten dat de EU financieel versmacht wordt. Temeer omdat het huidige Parlement zo het nieuw verkozen Parlement en de nieuw benoemde Commissie in 2014 voor schut zou zetten. Zonder aanpassingen zou voor het Europees Parlement daarom de beste optie kunnen zijn om een paar jaar te werken met jaarlijkse begrotingen, uitgaande van het uitgavenpeil van 2013. Zo krijgen het nieuwe Europees Parlement en de nieuwe Commissie de kans een beter plan op te stellen in een hopelijk betere economische context.

= = =

Wie is Jean-Luc Dehaene? Europarlementslid, ondervoorzitter van de begrotingscommissie

Wat beweert Dehaene hier? De besluiten van de Raad dreigen de EU financieel te versmachten, en dat wil het Europees Parlement niet toestaan.

REACTIES

Op 10 februari 2013, zei Jerry Mager:

1/5 De strekking van Jean-Luc Dehaenes (JLD) betoog – meer geld, dus meer ‘macht’ – voor ‘zijn’ begroting vind ik treffend geïllustreerd aan een alinea als: ‘ … wordt vooral gesnoeid in het budget voor research, innovatie en investeringen en het geld bestemd voor de nieuwe bevoegdheden (zoals gemeenschappelijk buitenlands beleid).’ Ik lees bij JLD vooral: gerichtheid op instrumentele zaken en het belang van de eurocratie (van ‘buitenlands beleid’ kun je zoveel produceren als je wilt). De Economist van 02-08 febr. houdt ons in een Special de Scandinavische landen (Economist: ‘Nordic countries’) ten voorbeeld en vertelt ons dat daar vooral andersoortige investeringen worden gepleegd, nl. in mensen: ‘The Nordics are continuing to introduce structural reforms … And they are doing all this without sacrificing what makes the Nordic model so valuable: the ability to invest in human capital and protect people from disruptions that are part of the capitalist system’.

2/5 Economen die zich verbazen over de recente successen van de Scandinavische landen, niettegenstaande hun omvangrijke overheidsapparaten, dienen van de Economist ook de immateriële aspecten in hun berekeningen betrekken, zoals: ‘the benefits of honesty and efficiency’. De Zweed Lars Tragardh ‘has a useful frase to describe this mentality: “statist individualism” ‘. De Economist toont in de paragraaf ‘The secret of their success’ (pp. 15-16) twee tabellen, per 2012: een index-ranking op 6 dimensies, en een staatje dat de ‘Public trust in institutions’ laat zien. In de eerste tabel staat Nederland op plek 9 (GB op 13 en de BRD op 14), België staat er helaas niet vermeld. Misschien vanwege ‘de!’ controverse ?? Waar het gaat om vertrouwen in instituten komt de EU op zo’n 32% van de bevolking die zegt vertrouwen te hebben (‘tend to trust’) in instituties. Finland staat top, met liefst bijna 60% van zijn populatie.

3/5 Economist: een hoog niveau aan vertrouwen resulteert in lage transactiekosten. ‘Trust means that high-quality people join the civil service. Citizens pay their taxes and play by the rules. Government decisions are widely accepted.’ Toch doe je er goed aan steeds te bedenken dat het the Economist blijft. Hilarisch vind ik de kritiek na de loftuiting aan het adres van Noorwegen ( p. 14) vanwege de politieke lange-termijn-visie die in 1990 zorgt voor het installeren van een ‘sovereign wealth fund … to prepare the country for a post-oil future and to prevent deindustrialization’. Maar dan de kritiek: het fonds is te omvangrijk en het opereert te vrijblijvend, want …. ‘it was slow to exploit te opportunities of the 2007-08 financial crisis’ en ook wordt het fonds volgens de Economist gehinderd door ‘its penchant for blacklisting offending companies’. Zo kennen we the Economist tenminste weer.

4/5 Niet dat ik meneer Dehaene als persoon wil afkammen, want ik vermoed dat hij tenminste deels opereert vanuit een oprechtheid, die voortkomt uit een overtuiging die men automatisch aankweekt wanneer men lang in een zelfde biotoop verkeert, in dit geval de kaasstolpen van allerlei EU-vestigingen met kunstmatig klimaat en licht. (Daarvóór vertoefde JLD in gouvernementele regionen, dus weinig anders) Men spreekt dan immers voortdurend lieden met eensluidende belangen – ze hangen tenslotte allemaal aan dezelfde vette Brusselse tiet – en ideeën, in dezelfde restaurants, grand- cafés etcetera, en dus zal groupthink er eerder regel dan uitzondering zijn, want het zijn ook maar mensen van vlees en bloed – al menen velen van hun ongetwijfeld dat ze als halfgoden of heroën (een enkeling waant zich misschien zelfs een godje, wie weet) ver boven het voetvolk zijn verheven en vanzelfsprekend recht kunnen doen gelden op nectar en ambrozijn terwijl ze ons liefst op water en brood zetten.

5/5 Tot slot Karl Popper, die zich geen illusies meer maakte over de kwaliteit van bestuurders, regeerders en andere CEO’s, maar pleit om tenminste onze instituties zo in te richten dat blunderende bestuurders zo min mogelijk schade kunnen aanrichten: ‘I am inclined to think that rulers have rarely been above the average, either morally or intellectually, and often below it. It appears to me madness to base all our political efforts upon the faint hope that we shall be successful in obtaining excellent, or even competent, rulers. [I]t forces us to replace the question: Who should rule? by the new question: How can we so organize political institutions that bad or incompetent rulers can be prevented from doing too much damage? ‘ In: The Open Society and Its Enemies (vol.I). Als de EU net zo labyrintisch systeem-achtig wordt als de banken, dan kunnen we onze lol op met ‘systeemfouten’ en too- big- to-fail-achtige miseries. We krijgen me dunkt nu al wrange voorproefjes genoeg.

door Jerry Mager
(15 juni 2012)

“Het probleem van de Nederlandse politiek is dat regeerbaarheid niet haar eerste bekommernis is. Voor politiek-bestuurlijke vernieuwing, zo blijkt, staan partijen alleen open voor zover ze op een of andere manier belang erbij hebben.”
Wim Couwenberg (2012) in: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie

“I am not a mere customer of my government, thank you … I expect something more than arm’s length trading and something less than the encouragement to consume …”
Henry Mintzberg (1996) in: Managing Government, Governing Management

“Liberalism has opposed privilege in policy formulation only to foster it quite systematically in the implementation of policy.”
Theodore Lowi (1969) in: The End of Liberalism

“Economic liberalism misread the history of the Industrial Revolution because it insisted on judging social events from te economic viewpoint.
Nowhere has liberal philosophy failed so conspicuously as in its understanding of the problem of change. Fired by an emotional faith in spontaneity, the common-sense attitude toward change was discarded in favor of a mystical readiness to accept the social consequences of economic improvement, whatever they might be.”
Karl Polanyi (2001/1944) in: The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time”

De gunstige uitkomsten die de SP tijdens de opmaat naar de verkiezingen in september in de peilingen steevast scoort, baren de gevestigde partijen zorgen. Hoewel ieder talking head de geijkte kwalificaties voor politieke barometers en peilingen ten beste geeft, zit men daar in Den Haag vermoedelijk meer en vaker op hete kolen dan de respectieve partijvertegenwoordigers willen doen voorkomen.
Vooral de establishment “bestuurderspartijen” die er volgens diezelfde peilingen dramatisch slecht afkomen, zoals de PvdA en het CDA, lijkt er veel aan gelegen de huidige voorspellingen van de peilingbureaus tenminste in september te logenstraffen. In de strijd naar de kiezersgunst trekt men van alles uit de kast om de eigen club zo voordelig mogelijk over het voetlicht te brengen, daarbij de concurrenten in de schaduw stellend.
Indien je het handig aanpakt, kun je dat in het zonnetje zetten van je eigen club ook bewerkstelligen door de concurrentie naar de afgrond te prijzen: letterlijk afprijzen dus.
Deze aanpak lijkt oud PvdA-minister Wouter Bos te hanteren in zijn column ‘Hoe flikken ze dat toch bij de SP?’ in de Volkskrant van donderdag 14 juni 2012. Tegelijk neemt hij de gelegenheid te baat om ietwat verongelijkt zijn eigen partij enkele vegen uit de pan te geven – hadden jullie mij destijds maar ruimhartig en liefst onvoorwaardelijk gesteund, hoor je Bos bijna zeggen. Het mes snijdt hier dus tenminste aan twee kanten: leek de PvdA maar meer op de SP, of toch liever niet?

” ‘Hidden antisocials’ provide material for a type of leadership which is sociologically immature. Moreover this element in a society greatly strengthens the danger that derives from its frank antisocial elements, especially since ordinary people easily let those with an urge to lead into key positions. Once in such positions, these immature leaders immediately gather to themselves the obvious antisocials, who welcome them (the immature anti-individual leaders) as their natural masters.”
Donald Winnicott (2006) in: The Family and Individual Development

Bos zet zijn afkammen van de SP in met een preteritio, dat wil zeggen dat hij beweert dat hij het eigenlijk niet over iets wil hebben terwijl hij dat juist wel doet. Bos sleept “het maoïstische verleden van de SP en de daarbij horende kadaverdiscipline” erbij om de eensgezindheid van de SP-politici in hun communicatie met de media te verklaren en noemt dat meteen flauw van zichzelf. Hadden we dat bij de PvdA ook maar, die kadaverdiscipline, hoor je Bos bijna verzuchten. Jammer genoeg gaat het er bij de PvdA veel democratischer aan toe dan bij de SP en die lovenswaardige instelling resulteert in gedrag dat partijleiders nachtmerries bezorgt, namelijk: ” dat verschillende vertegenwoordigers van de partij over één en dezelfde kwestie met verschillende , in de pers komen op een moment dat je dit slecht uitkomt.” Dit zegt meer over beperkte leiderschapskwaliteiten van de partijleider dan over tegendraadse partijgenoten.
Zo laat die eensgezindheid bij de SP zich natuurlijk net zo goed verklaren uit een gedeeld gedachtengoed, waarbij het algemene, publieke, belang voorop staat. Kennelijk is dat vandaag de dag niet langer bon ton in de Nederlandse politiek en opereren succesvolle moderne volksvertegenwoordigers als individualistische politieke ondernemertjes, die hun carrière voorop stellen en hun politieke loopbaan slechts beschouwen als een stap op de ladder van hun carrière? Bovendien schuift zo’n job als politiek bestuurder en volksvertegenwoordiger ook nog eens erg royaal en met de secundaire arbeidsvoorwaarden van het volksvertegenwoordigerschap zou menig echte ondernemer, buiten de Haagse kaasstolp, zich verlekkerd de vingers aflikken.

“interest-group liberalism”
Met name de establishmentpartijen met een lange regeertraditie hebben inmiddels een baaierd aan functies en banen geïnstitutionaliseerd die voor incrowd-partijleden zijn gereserveerd; vandaar de aanhalingstekens om “bestuurderspartij.” Wijlen PvdA’er Bart Tromp noemde zijn partij weleens een uitzendbureau voor Kamerleden, een banenmachine. Ze krijgen uiteindelijk allemaal een gematste baan en om zo veel mogelijk apparatsjiks aan een profijtelijke plek en riante beurt aan de Staatsruif te helpen, worden de fracties regelmatig ververst. Menig “politicus” baat het systeem slechts ten eigen voordele uit en bedrijft in het gunstigste geval misschien wat Theodore Lowi zo mooi als interest-group liberalism omschrijft.
Deze ontwikkeling heeft zich in Nederland alleen maar verbreed en is nu dieper dan ooit geworteld in ons maatschappelijk bestel. Het zogeheten “maatschappelijk middenveld” is het Luilekkerland voor politici en de uitgebreide politieke clientèle wanneer het om parkeerplekken aan de Staatsruif gaat.

Een illustratief voorbeeld van de koehandel in politieke benoemingen is de recente casus van VVD’er Charlie Aptroot, die luidkeels pleitte voor het ont-privatiseren van de natuurlijke monopolist de NS. Terecht dat Aptroot deze bizarre figuur aan de kaak stelde, maar ging het hem werkelijk om de NS? Misschien kunnen we in gewone mensentaal stellen dat de heer Aptroot hogerop wilde via zijn partij, maar blijkbaar kreeg hij zijn zin niet, of volgens hem niet snel genoeg, en dus schopt hij een rel rond het thema privatisering – de VVD beijverde zich in de jaren negentig voor het “privatiseren” van de natuurlijke monopolist NS. Aptroots tactiek werkt probaat, want prompt krijgt hij het burgemeesterschap van Zoetermeer toegeschoven (hoeveel gaat Aptroot er met deze nieuwe baan op vooruit?) en over de onzinnige situatie bij de NS hoor je niemand niet meer. Die onzalige constructie blijft vooralsnog gewoon doorhobbelen. Vermoedelijk zijn er te veel hoogbetaalde “managementfuncties” mee gemoeid en zou bij ont-privatisering een herverdeling van baantjes aan de orde zijn. Het VVD-management heeft kennelijk zijn les geleerd met ex-partijgenoot Wilders, die voor zichzelf begon nadat hij vermoedelijk niet snel genoeg naar zijn zin omhoog kwam op de apenrots van de VVD. Dus Aptroot werd rap bediend. Hem hoor je voorlopig niet meer.

De nogal hermetische partijcultuur bij de SP kent zijn nadelen, zoals Bos terecht opmerkt, maar een groot voordeel van zo’n relatieve beslotenheid is dat je er politieke profiteurs, baantjesjagers, avonturiers en uitvreters redelijk effectief mee weert. Onder fraai klinkende etiketten als kruisbestuiving, externe ervaring en job rotation worden maar al te vaak nijver-netwerkende- belangenverstrengelaars en paard-van-Troje-lobbyisten binnengeloodst, die hun politieke posities profijtelijk uitbaten ten eigen faveure. Kijk maar eens naar de lobbyisten in dienst van de bouwondernemers en de tabaksbonzen.

De zogenaamde democratische diversiteit waarover Bos quasi-toegeeflijk het hoofd schudt, zou weleens uit heel andere motieven kunnen voortspruiten dan de officiële lezing zo graag wil doen geloven: louter gaan-voor-het-beste in dienst van het algemeen belang naar deugdelijke democratische traditie. Zo zou je het gedrag van al die PvdA’ ers net zo goed kunnen interpreteren: waken over je eigen belangetjes en zorgen dat er geen beleid op stapel wordt gezet dat je eigen belangen, of dat van je patrons, doorkruist en frustreert.
De gang van zaken bij de SP noemt Bos “uniek” en dat pleit intussen dus allerminst vanzelfsprekend voor de gang van zaken bij al die andere partijen. De PVV valt alsnog buiten dit kader, want de politieke entrepreneur Wilders, een VVD-renegaat en de oud-mentor van premier Rutte, heeft een nieuw politiek businessmodel in de kiezersmarkt gepositioneerd: de ledenloze partij; volgens Wim Couwenberg “een symptoom van een politiek bestel in ontbinding.”

de “grote Ommezwaai” bij de SP
Hetgeen Wouter Bos en vermoedelijk ook menige andere concurrerende politieker het meeste zorgen baart, is wat Bos als de grote ommezwaai, de koerswijziging, van de SP betitelt: “het accepteren van beleid waar ze jarenlang tegen geprotesteerd had.” Deze veranderde opstelling van de SP zoals door Bos gepresenteerd zou al die andere partijen die het betreffende beleid bekostoven en uitvoeren als muziek in de oren moeten klinken, hoewel “accepteren” vermoedelijk te zwaar aangezet is. Tenzij de SP werkelijk de huik naar wind zou hangen natuurlijk, en zich naïef het moeras in zou laten trekken van medeplichtigheid aan de verdergaande verloedering van Nederland en versjtering van Europa, door: “niet langer weg te lopen voor verantwoordelijkheid,” door ook “haar nek uit te steken” en door eveneens “vuile handen te durven maken” en in het Landsbelang ” over de eigenschaduw heen te springen” – zoals PvdA-voorman Job Cohen jammerlijk deed: keer op keer als een gedresseerde poedel door de PVV-CDA-VVD-hoepel springen. Alles, om maar dicht bij “de macht” te blijven – een macht die steevast eerder onmacht blijkt.

medeplichtig aan baggerbeleid
Vanuit het Landsbelang is kwalitatief hoogstaand en deugdelijk effectief oppositie voeren tegen de verloedering van het huidige politieke bestel en maatschappelijke klimaat waarschijnlijk verre te verkiezen boven zogenaamd mee-regeren onder de reclameslogan van ” je verantwoordelijkheid nemen,” en en meer van dit soort valse kreten, waarmee je je de facto medeplichtig maakt aan bizar baggerbeleid dat Nederland slechts schaadt.
Het trieste voorbeeld van zulk treurig opportunistisch handelen leverde het CDA door met de VVD en met gedoogsteun van Wilders’ PVV een onmogelijke regering te vormen. Voor respectievelijke individuele politici stond hun carrière (“de eerste liberale premier sinds lang” en “het pensioengat” en “de opgebouwde periodieken met het oog op wachtgeld en pensioen” en “andere belangen”) waarschijnlijk voorop bij het doordrukken van deze voor ons land rampzalige figuur.

stuivertje wisselen bij stereotyperingen
Waarmee het politieke establishment vermoedelijk nog de meeste moeite heeft, is dat de door haar steevast als “dogmatisch en star” weggezette SP nu het Haagse spel mee lijkt te spelen.
Tot op zekere hoogte, mogen we hopen. Glashard liegen of 180 graden draaien, zoals menig zittend bewindspersoon tegenwoordig om de haverklap doet, is het andere uiterste, maar behendig meebewegen met en soepel inspelen op stereotypen die anderen er schijnbaar van je op nahouden, kan politiek profijtelijk uitpakken. Zo lang je zelf maar helder voor ogen hebt en houdt wat je doelstellingen zijn en wat je nastreeft.

re-framing
Wat de SP tot mijn verwondering stelselmatig heeft nagelaten en verzuimd, is het reframen van die stigmatiserende etiketten die haar door het politieke establishment werden en worden opgedrukt. Dogmatisch en star behoren vermoedelijk tot de meest gebruikte. Vooral verwonderlijk dat de SP zich dit laat aanleunen, omdat het betrekkelijk eenvoudig is om diezelfde etiketten – vaak zelfs met meer recht – op die partijen van toepassing te achten die bijvoorbeeld zo STAR vasthouden aan verworven rechten als de hypotheekrenteaftrek en die inmiddels tegen beter weten in DOGMATISCH alles blijven privatiseren wat los en vast zit. En dan het gewichtige schermen met de term BESTUURDERSPARTIJ, als verwijzend naar een partij met een lange en rijke bestuurservaring. Ik vrees dat vandaag de dag menige Nederlander de term “bestuurderspartij” toch helaas vooral leest als: plucheklevende coterietjes van zakkenvullers en kongsi’s van baantjesjagers.
In zijn column dicht Wouter Bos de SP in ieder geval een ruime bestuurlijke ervaring toe. Of ook de SP straks eventueel tot de, in de ogen van menige burger, soort van “plucheklevende politieke zakkenvullers en baantjesjagers” zal gaan behoren, is wellicht nog de meest intrigerende vraag.

legenda:

Bos, Wouter: Hoe flikken ze dat toch bij de SP? column in Volkskrant, 14 juni 2012

Couwenberg, Wim: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie // zie ook http://archief.nrc.nl/index.php/2012/Mei/22/Overig/nhnl01014/Nieuw+kiesstelsel++is+nodig+tegen+de+politieke+implosie/identify=Y (in NRC, 22 mei 2012)

Couwenberg, S.W. : Het discriminatieverbod geldt altijd, behalve bij politieke partijen.

Goffman, Irving (1974) : Frame analysis: An essay on the organization of experience. – London: Harper and Row.

Lowi, Theodore (1969): The End of Liberalism – New York; Norton

Mintzberg, Henry (1996): Managing Government, Governing Management – Harvard Business Review 20 (May/June): 75 – 83

Polanyi, Karl (2001/1944): The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time” – Boston,Mass.: Beacon Press // foreword by Joseph E. Stiglitz

suggesties:

Barzelay, Michael (2000): The New Public Management – Berkeley: TheUniv. of California Press

Kettl, Donald (2000): The Global Management Revolution –Washington,D.C.: Brookings Institution

Kettl, Donald: The Future of Public Adminstration – op internet onder http://www2.h-net.msu.edu/~pubadmin/tfreport/kettl.pdf

Osborne, David and Ted Gaebler (1992): Reinventing Government – Reading, Mass.: Allison Wesley

Winnicott, D.W. (2006/1965): The Family and Individual Development – New York etc.: Routledge, isbn13: 978 – 0 – 415 – 40277 – 4

* REAGEREN / COMMENTS naar: nel_reacties@yahoo.com *

Door Abdelkader Benali (NRC 27 april 2012)

” Als kind las ik te hooi en te gras. Alsof ik nog maar één dag te leven had. Met verbazing kijk ik soms op die tijd terug. Alle edities van Suske & Wiske? Ik kende ze van voor naar achter. Nu denk ik: waarom vond ik dat toen mooi? Waar was ik mee bezig?
Dat vraag ik me ook nog geregeld af bij de Thule-trilogie van Thea Beckman. In die utopische romans beschrijft Beckman een maatschappij gedomineerd door vrouwen. Maar waarom zou je dat als schrijver doen, een utopie creëren? Daarin moet alles perfect zijn. Uit die behoefte zijn in de twintigste eeuw verschrikkelijke gebeurtenissen voortgekomen. Richt je op misstanden, denk ik nu. Dat is de voornaamste taak van een schrijver.
Naarmate ik ouder word, wordt het steeds moeilijker een favoriet boek te kiezen. Er komen er jaarlijks zoveel mooie bij. Auteurs uit mijn jeugd krijgen wel meer betekenis. Zoals Franz Kafka. Ik ontdekte hem bij toeval, in het gangpad van de plaatselijke bibliotheek. Op de grond lag een prachtig geïllustreerd boekje, letters gedrukt op glanspapier, over een ten onrechte veroordeelde man. Het bleek Kafka’s Het proces te zijn.

Aansluitend las ik De gedaanteverwisseling. Dat boek maakte een enorme indruk op me. Alleen al de eerste zin van dat boek ontroerde me: ‘Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd.’ Deze zin hakte er in. Het was een bijl tussen de wenkbrauwen. Het opende mijn verbeelding. Voor het eerst zag ik de kracht van de eerste zin. Ik voelde direct dat ik iets bijzonders in handen had.
Ik las De gedaanteverwisseling in een onzekere fase. Ik was jong volwassen en op zoek naar bevestiging, naar een baan, naar een droom, aandacht. Ik kon lachen om het gestuntel van Gregor die zijn staat-van-zijn angstvallig probeert te rationaliseren. Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever. Gaandeweg raakte Gregors ontreddering en wanhoop verknoopt met mijn eigen gevoel. Ik werd Gregor. Ik herkende mijn eigen vertwijfeling. Die kinderen die altijd zo onaardig tegen me doen, vinden me eigenlijk wel aardig, toch?

Na de vertwijfeling kwam de bevrijding. Want dat deed dit boek voor me: het bevrijdde me. In zijn monologue intérieur rationaliseert Gregor een absurde werkelijkheid. Kafka liet daarmee zien dat dehumanisatie bij jezelf begint. Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen. Alleen de rede kan ons van dat negatieve zelfbeeld verlossen. Kafka zet de taal in als reddingsboei, als onze laatste strohalm. Een manier van overleven. Kafka leerde mij een belangrijke les: om iets te maken van het leven moet je uit bed durven te komen.
Kafka wordt altijd misantropisch gelezen. Zijn verhaal moet ons droevig stemmen. Dat is het Leitmotif: Kafka de martelaar. Max Bröd, Kafka’s vriend die de werken na zijn dood uitgaf, is voor dat beeld verantwoordelijk. Ik las Kafka meer als kinderboekenschrijver, De gedaanteverwisseling als een bizar sprookje. Ik las Kafka voordat ik Kafka las.
Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’. Net als in de wereld van de jongvolwassenen. Kafka schreef De Gedaanteverwisseling om de kloof tussen de ‘ik’ en de ander te dichten. Het dichten van die kloof: uiteindelijk staat dat in alle grote literatuur centraal.”

 

commentaar door Jerry Mager, 01 mei 2012

Meneer Benali ik vind dit: een sympathiek geschreven interpretatie en een optimistische impressie van Kafka’s verhalen.
In deze periode, met zijn herdenkingen van absurditeiten op grote schaal, is het lezen van Kafka nog niet zo’n gek idee.
Tja, maar dan schrijft u: “Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen.” Ik kan het niet helpen, maar dat zult u – zeker in dit kader – toch vast niet bedoelen als: allemaal eigen schuld dikke bult? Alles Ungeziefer!

Bij uw filosofie van uit bed komen om iets van je leven te maken, plaats ik kanttekeningen. Ik vind hem veel te zwaar en te nadrukkelijk VNO-NCW angehaucht naar mijn smaak.
Het komt me voor dat ook Kafka uit bed komen niet dadelijk aanbeveelt voor een gelukkig leven.
Immers: zowel voor Gregor Samsa als voor Josef K. begint de narigheid in de vroege morgen, met het ontwaken en bij het uit bed komen: “Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.” & “Jemand muszte Josef K. verleumdet haben, denn ohne dasz er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet.”
De ongelukkigen, hadden ze maar onder de dekens kunnen blijven!
Frappant dat K. – of de verteller – direct aan het begin van dit verhaal een mogelijke reden oppert voor de arrestatie van K.. Waarom zou iemand je moeten hebben belasterd om opgepakt te worden? Waarom zou je überhaupt iets verkeerds moeten hebben gedaan om voor het gerecht gesleept te worden? Dat is een absurd idee, zoals uit de rest van het verhaal duidelijk wordt.

Over Samsa schrijft u treffend: “Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever.” Inderdaad, ik zie ze ’s morgens haastig scharrelen om op tijd op hun werk te komen, die krioelende drommen mestkevers. De OV-poortjes maken het nog moeilijker, maar ook dat hoort bij de absurditeit van het leven
Vladimir Nabokov merkt ergens op dat Gregor niet beseft dat hij onder zijn schild vleugels heeft waarmee hij weg kan vliegen, uit het raam van zijn kamer. Ook mestkevers kunnen vliegen, als ze zich tenminste niet blijven inbeelden mensen te zijn.
Volgens Max Brod zou K. met zijn innerlijke rechter in de clinch liggen. U hint daar ook op: “ Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’.” Nou, dat geef ik je te doen. In dat geval zal menigeen zelfs aan een jaar in bed vast niet genoeg hebben.
Wat de absurditeit van ‘ Het proces’ voor mij echter helemaal opheft, is het gegeven dat K. voorwaardelijk wordt vrijgesproken – in plaats van voorwaardelijk veroordeeld. Kafka plaatst met de voorwaardelijke vrijspraak de dingen in het juiste perspectief. Niet dat de wereld daar een grein minder absurd door wordt. Gelukkig maar.